De spotter heeft drie hoofdtaken. Bij de start van het werk neemt de spotter deel aan het startwerkoverleg van de uitvoering.
Toezicht op werk in hoogwerkers
• Controleert voor de start of de hoogwerker op een vlakke, draagkrachtige ondergrond staat en of rijplaten goed liggen.
• Controleert of de bediener in het bakje een valbeveiliging draagt en die heeft vastgemaakt aan het ankerpunt.
• Houdt zicht op de bediener tijdens het werk en is bereikbaar voor noodbediening vanaf de grond
• Let op obstakels boven en naast de hoogwerker, zoals staalconstructies, kabelgoten en andere hoogwerkers
• Let op omstandigheden en andere partijen en houdt hier toezicht op
• Controleert of de werkzone onder en rond de hoogwerker is afgezet, zodat niemand onder een last of de manbak komt
• Herstelt verschoven of beschadigde afzettingen direct
• Spreekt personen aan die zonder toestemming de afzetting ingaan en meld dit bij leidinggevende.
• Loopt voor of naast rijdend materieel, zoals hoogwerkers, verreikers en heftrucks, en houdt de route vrij.
• Geeft de bestuurder aanwijzingen met afgesproken handsignalen of via de portofoon.
• Houdt de afstand tot de machine aan en blijft altijd in het zicht van de bestuurder, buiten de dode hoek.
• Let bij het rijden op de grond: putten, sleuven, kabels, leidingen en hoogteverschillen.
De spotter heeft stopbevoegdheid. Bij direct gevaar legt de spotter het werk of de rijbeweging stil, zonder eerst toestemming te vragen.
• Stopt het werk bij onveilige situaties, zoals een persoon in de afgezette zone of een hoogwerker op een onveilige ondergrond.
• Spreekt iedereen op de bouwplaats aan op onveilig gedrag, ook medewerkers van andere bedrijven.
• Meldt elke stopzetting, elk incident en elk bijna-ongeval direct aan de uitvoerder of de veiligheidskundige van de opdrachtgever.
• Het werk start pas weer na akkoord van de uitvoering.
De spotter bedient zelf geen hoogwerkers of ander materieel, tenzij dit apart is afgesproken en de spotter daarvoor bevoegd is.